nieuws

Romeinse daglichtkometen waren onderdeel van 2.400 jaar durend spektakel

Nieuw onderzoek biedt een verklaring voor de mysterieuze lichtstrepen die de Romeinen op klaarlichte dag zagen in het jaar 363. Waarschijnlijk waren het grote brokstukken van een uiteengevallen superkomeet.

Govert Schilling
Houtsnede van de grote komeet van 1843. Eind negentiende eeuw was het de Duitse astronoom Heinrich Kreutz die als eerste suggereerde dat de grote kometen van 1843, 1880 en 1882 fragmenten waren van een en hetzelfde ijzige hemellichaam.  Beeld Universal Images Group via Getty
Houtsnede van de grote komeet van 1843. Eind negentiende eeuw was het de Duitse astronoom Heinrich Kreutz die als eerste suggereerde dat de grote kometen van 1843, 1880 en 1882 fragmenten waren van een en hetzelfde ijzige hemellichaam.Beeld Universal Images Group via Getty

Het moet een onvergetelijk schouwspel zijn geweest, in de maand november van het jaar 363. ‘Midden op de dag waren er kometen zichtbaar’, schrijft de Romeinse historicus Ammianus Marcellinus. Zelf zag hij ze vanuit Antiochië, nabij de huidige Turks-Syrische grens. Overdag een komeet zien met een opvallende staart, dat is al een unicum. En dan ook nog meerdere tegelijk.

De 85-jarige komeetexpert Zdenek Sekanina van Nasa’s Jet Propulsion Laboratory in Californië denkt te weten wat Marcellinus zag: de grootste brokstukken van een uiteengevallen superkomeet met een omlooptijd van zo’n 735 jaar. Kleinere overblijfselen van die kosmische desintegratie vliegen ons vandaag de dag nog steeds om de oren.

Eind negentiende eeuw was het de Duitse astronoom Heinrich Kreutz die als eerste suggereerde dat de grote kometen van 1843, 1880 en 1882 fragmenten waren van een en hetzelfde ijzige hemellichaam. Ze volgden namelijk alle drie dezelfde langgerekte baan door het zonnestelsel, waarbij ze de zon op zeer kleine afstand passeerden.

Sterrenkundigen kennen inmiddels veel meer op drift geraakte kometen die tot deze Kreutz-familie behoren, zoals de grote komeet van 1106, komeet Lovejoy (in 2011 door André Kuipers vastgelegd vanuit het ruimtestation ISS) en de schitterende komeet Ikeya-Seki uit 1965, die veel opa’s en oma’s zich nog wel kunnen herinneren.

‘Moederkomeet’

De gigantische ‘moederkomeet’ van al deze staartsterren verscheen in het jaar 372 voor Christus, en werd waargenomen en beschreven door de Griekse wijsgeer Aristoteles. Bijna 2400 jaar later worden er nog steeds bijna wekelijks nieuwe mini-komeetjes uit de Kreutz-familie ontdekt door de Europese ruimtesonde Soho.

Gravure van de grote komeet in 1843.  Beeld Universal Images Group via Getty
Gravure van de grote komeet in 1843.Beeld Universal Images Group via Getty

Eerdere berekeningen leken erop te wijzen dat de grootste brokstukken van de Aristoteles-komeet rond het jaar 356 aan de hemel zichtbaar hadden moeten zijn. Maar in een zeer uitgebreid artikel dat onlangs online is gepubliceerd, rekent Sekanina op overtuigende wijze voor dat dat heel goed zeven jaar later kan zijn geweest, in 363.

De daglichtkometen van Marcellinus waren dus naar alle waarschijnlijkheid de eerste grote fragmenten van de moederkomeet. En zelf vormden ze weer de moederlichamen van alle latere kometen uit de Kreutz-familie, die door de eeuwen heen tot angst, verwondering en wetenschappelijke interesse hebben geleid.

‘Zeer interessant’

Karl Battams van het Amerikaanse Naval Research Laboratory noemt het artikel van Sekanina ‘zeer interessant’. Battams is wetenschappelijk projectleider van de Lasco-camera aan boord van Soho, waarmee tot nu toe enkele duizenden kleine komeetjes uit de Kreutz-familie zijn ontdekt.

‘We begrijpen nog steeds maar weinig van het proces van komeetfragmentatie,’ aldus Battams, ‘dus elk onderzoek op dit terrein is van grote waarde. Het leert ons veel over de evolutie van kometen in het algemeen.’

De spectaculaire staartster van 1843 was vermoedelijk het grootste resterende brokstuk van de superkomeet van Aristoteles. Dat wordt dus weer genieten wanneer die opnieuw rakelings langs de zon scheert, eind jaren zeventig van de zesentwintigste eeuw. Nog even geduld.

Meer over