De zelfvertrouwencultus is in de mode geraakt

Zelfverzekerdheid We krijgen tegenwoordig de opdracht om positief en zelfverzekerd te zijn. Lukt je leven niet? Dan is het je eigen schuld.

Illustratie Luca van der Vossen

Heb jij vandaag je kwetsbare kant al laten zien? Heb je al gezegd – nee wacht, niet gezegd… Heb je al op sociale media gepost, zodat honderden, duizenden mensen die je nog nooit ontmoet hebt het kunnen lezen: hoe moeilijk je het leven vindt, hoezeer je aan jezelf twijfelt, dat je zo vaak bang bent om door de mand te vallen? Dat je somber bent, of in de war, of ziek, mentaal of fysiek? Dat je pijn lijdt, dat je worstelt?

Dat zou best eens kunnen, want mensen posten dit soort informatie tegenwoordig vaak, het is normaal geworden. Mensen moedigen elkaar er ook in aan: kwetsbaarheden dienen publiek getoond en omarmd te worden.

Vooral voor vrouwen en minderheden lijkt die norm te gelden. En die is volgens twee Londense hoogleraren gek genoeg onderdeel van iets wat op het eerste gezicht het tegenovergestelde lijkt: de opdracht om zelfverzekerd te zijn. Om in jezelf te geloven, van jezelf te houden ‘zoals je bent’ (alsof er een andere manier zou zijn). Van dat gebod is onze hele huidige maatschappij doordesemd – het moet onder meer op het werk, in relaties, bij de opvoeding van kinderen – en het wordt zelden ter discussie gesteld. In hun nieuwe boek Confidence Culture (2022) zijn de hoogleraren Shani Orgad (media en communicatie, London School of Economics) en Rosalind Gill (sociologie, City, University of London), er juist wél kritisch over.